Artikel: Hoeveel groenten moet ik eten?
Tussen de 300 en 400 gram groenten per dag wordt binnen de orthomoleculaire geneeskunde vaak als richtlijn gebruikt. Maar eerlijk is eerlijk: dat klinkt concreet, terwijl de meeste mensen geen idee hebben hoeveel dat eigenlijk is.
Ik liep daar zelf ook tegenaan. Daarom hieronder vier praktische tips die het ineens een stuk inzichtelijker maken.
1. Eet bij meerdere maaltijden groenten
Als je alle groenten bij één maaltijd wilt eten, red je die hoeveelheid zelden. Door groenten te verdelen over de dag wordt het haalbaar. Denk aan komkommer, tomaat of avocado bij het ontbijt, een wortel tussendoor of een maaltijdsalade bij de lunch. Een goedgevulde salade weegt al snel 300 gram.
2. Maak onderscheid tussen “zware” en “luchtige” groenten
Niet alle groenten wegen evenveel. Een gemiddelde wortel weegt ongeveer 130 gram, terwijl een grote zak gemengde sla voor twee personen vaak niet meer dan 150 gram bevat. Kijk eens vaker op de verpakking of gebruik tijdelijk een keukenweegschaal. Na een week krijg je verrassend veel gevoel bij porties.
3. Wat is ‘normaal’ eigenlijk?
Het Voedingscentrum adviseert 200 gram groenten per dag. Veel mensen denken dat ze dat halen, maar gemiddeld ligt de inname rond de 120 gram. Binnen mijn vakgebied hanteren we vaak een hogere richtlijn, omdat groenten een belangrijk fundament vormen van een volwaardige voeding. Een bekende uitspraak is: het volume op je bord bestaat vooral uit planten; de energie komt van vis, vlees of gevogelte.
4. Meer groenten betekent vaak iets anders laten staan
Om meer groenten te eten, moet er meestal iets anders minder worden: aardappelen, pasta, rijst of brood. Dat kan gunstig zijn, maar een sterk koolhydraatarm patroon is niet voor iedereen geschikt - zeker niet bij ondergewicht, ziekte of langdurige stress. Maak groenten smakelijk met kruiden, specerijen en goede vetten zoals olijfolie. Dat maakt het makkelijker om vol te houden.
Tot slot
Groenten leveren vitamines, mineralen en plantaardige stoffen die in deze combinatie nauwelijks in andere voedingsmiddelen voorkomen. Minstens zo belangrijk zijn de vezels: verschillende groenten bevatten verschillende soorten vezels, die elk weer andere darmbacteriën ondersteunen.
De samenstelling van de darmflora wordt in de wetenschap steeds vaker in verband gebracht met processen rond spijsvertering, stofwisseling, weerstand en mentale balans. Het is dus geen detail, maar een systeem dat op meerdere niveaus invloed heeft. Meer variatie en voldoende hoeveelheid groenten vormen daarin een eenvoudige, maar vaak onderschatte eerste stap.
Heeft u vragen of wilt u een afspraak met mij plannen? Bekijk dan mijn behandelpagina over orthomoleculaire therapie of boek een gratis kennismaking.